|
De laatst overgebleven brouwerij in Hilvarenbeek is De Roos aan de Vrijthof nr. 20. De Geschiedenis van deze brouwerij begint eveneens in het tweede gedeelte van de 19e eeuw. De constructieve elementen en de inrichting van het huidige brouwerijgebouw, waarbij onder andere van een gietijzeren ondersteuningskolom in de kelder is gebruik gemaakt, wijzen onmiskenbaar in de richting van de late 19e eeuw. Het is echter duidelijk dat het brouwerijgebouw ouder is en eerst een andere functie moet hebben gehad. Waarschijnlijk was het voorheen een stal. Bij de verbouwing tot brouwerij zijn als meest ingrijpende veranderingen de grote staldeuren gedicht, is er een lagerkelder aangebracht en is de muur aan de westzijde verhoogd. Vermoedelijk is ook de kapconstructie aangepast om de zolder voor het brouwproces bruikbaar te maken. Op zolder bevindt zich namelijk het koelschip en voorheen waren de dakvlakken doorbroken, om zo een betere koeling mogelijk te maken.
Het bij de brouwerij behorende woonhuis is een vijf traveeën breed en symmetrisch gebouw, dat van een verdieping is voorzien. Door de hoge voorzijde en de lage achterzijde kenmerkt dit pand zich als een zogenaamd kempisch verdiepinghuis. Daarmee behoort het huis tot een type dat van de 15e tot in de 18e eeuw veel voorkwam in de grotere dorpen van de Nederlandse en Belgische Kempen, maar nu zelfdzaam aan het worden is.
De deur- en raampartijen dateren uit de brouwerij-tijd en zijn grotendeels zelfs 20e eeuws, maar de kenmerkende tweebeukige vorm van het huis, de aanwezigheid van smeedijzeren sierankers en het metselverband duiden er waarschijnlijk op dat het huis in de eerst helft van de 18e eeuw gebouwd is. Of het brouwerijpand ook uit die tijd dateert is onzeker. Het is dus niet onmogelijk dat er ook al in de 18e eeuw een tijd lang een brouwketel was in dit pand en dat er een herberg werd gehouden. Die brouwerij-activiteit moet dan echter volledig los gezien worden van de brouwerij-inrichting zoals die nu nog aanwezig is en die het geheel maakt tot een waardevol object van industriële archeologie
Niet alleen het eerder genoemde koelschip, maar ook de twee open koperen brouwketels met stookgaten, de pomp boven de lekbak en een aantal losse objecten zijn immer van de oorspronkelijke inrichting behouden gebleven, terwijl de roerkuip en de lekbak gereconstrueerd zijn. Buiten de brouwerij in het Arnhemse Openluchtmuseum komt dat in Nederland, zover bekend, niet meer voor.
|