| Nieuw Hilvarenbeeks bier: De Witte Roos |
|
|
|
|
'Fris en fruitig, een echt zomerbier' De lente is al aardig op scheut. De zomer nadert. De temperaturen stijgen langzamerhand. Er wordt al gedroomd van terrassen in verre landen. En wat is er meer ontspannend dan lekker in het zonnetje zitten en je dorst lessen met een heerlijk fris witbier. Na de inmiddels wijd en zijd bekende Hilvarenbeekse bieren als Konjel, Beekse Tripel, Rooie Fik, De Roos en niet te vergeten de Kerstroos, komt Museumbrouwerij De Roos nu met een echt zomerbier. Het bier kreeg de toepasselijke naam: De Witte Roos. We spraken over dit nieuwe bier met brouwmeester Toos van Huijgevoort en haar rechterhand Goirlenaar Erik van den Nouweland. Het brouwen van het Hilvarenbeekse bier wordt overigens gedaan door een enthousiaste brouwgroep. Zij leveren een ontzettend belangrijke bijdrage aan de Beekse bierbrouwsels.
Door Jan Stoel Erik is net als Toos ook als thuisbrouwer begonnen en is nu de tweede brouwer van De Roos geworden. Beiden hebben al de nodige bieren, en ook witbieren gebrouwen. Maar het op wat grotere schaal witbier brouwen, dat bovendien geschikt is voor verkoop is nog heel wat anders. "We wilden iets anders maken, een zomerbier en gingen aan het werk om de goede formule te vinden. Dat betekende dat er gezocht moest worden naar een goede verhouding in het percentage tarwemout en pilsmout. Een specifiek onderdeel van de receptuur is de toevoeging van geschilde sinaasappels en kruiden. Verder werden er twee soorten hop gebruikt een bittere hop en een aromatische," vertelt Toos, die overigens het geheim van de precieze samenstelling van het recept niet wil prijsgeven. Logisch, want dat is het brouwmeestersgeheim. "Het gebruik van de sinaasappelschillen luistert echter zeer nauw. De sinaasappelen moeten heel dun geschild worden. Dan worden ze in een zakje, 'een kruidenbuiltje', gedaan waarna ze aan het brouwsel worden toegevoegd. Op het moment dat er wat wit aan de sinaasappelschil blijft zitten wordt de smaak te bitter. Zelf heb ik in het verleden wel met sinaasappelpoeder gewerkt of met een hele sinaasappel, maar versgeschilde sinaasappelen hebben de voorkeur," legt Toos uit. Erik en Toos sloegen aan het brouwen in de grote brouwketel in de Museumbrouwerij aan de St. Sebastiaanstraat 4 te Hilvarenbeek. Het eerste brouwsel bleek meteen een schot in de roos. "Puur beginnersgeluk," aldus Erik. "Het brouwsel ontwikkelde zich perfect. We hebben het bier op 8 maart gebrouwen. Anderhalve week later kwam het uit het vergistingsvat en werd het gebotteld. In de fles vond de nagisting plaats. Dat gebeurde gedurende anderhalve week in de klimaatkamer van de brouwerij. Op 30 maart ging het bier naar de lagerkelder. Twee weken later is het bier voor consumptie geschikt." Zowel Erik als Toos zijn erg blij met het bier. "Het is lichtzuur van smaak, een beetje bitter, fris en fruitig en kent een alcoholpercentage van 5 %. Het bier is, zoals bij witbieren gebruikelijk, niet gefilterd. De troebelheid geeft juist de charme aan het bier," zegt Toos. Over de naamgeving van het bier bestond vanaf het begin overeenstemming: De Witte Roos. Ton van Rooij, een van de enthousiaste vrijwilligers van de Museumbrouwerij, ontwierp het etiket. Het is een sfeervol etiket geworden dat precies het karakter van het witbier weergeeft. Het etiket zal ongetwijfeld haar weg weer weten te vinden naar de verzamelaars van speciale etiketten. In totaal wil men drie brouwsels van het witbier maken.
|





